PRESTIGIEUZE ERC GRANT ALS VOLGENDE STAP IN CARRIERE


EEN ERC-BEURS BIEDT RUIMTE OM MEER GEDURFDE KEUZES TE MAKEN

Een beurs van de prestigieuze European Research Council (ERC) in de wacht slepen: het is niet iedereen gegeven. Communicatiewetenschapper Laura Vandenbosch (KU Leuven) en experimenteel psycholoog Senne Braem (VUB-UGent) mogen zich gelukkig prijzen. Hun innovatieve onderzoek komt de komende vijf jaar in een stroomversnelling.

De Starting Grant van de ERC is bedoeld voor jonge, beloftevolle wetenschappers wiens onderzoek een grote impact kan hebben op wetenschap en maatschappij. Wat gaan jullie precies onderzoeken?

Braem: “Ik kreeg een Starting Grant voor mijn onderzoek naar cognitieve flexibiliteit. Binnen de psychologie maken we traditioneel een onderscheid tussen enerzijds ‘hogere-orde-hersenfuncties’, die instaan voor cognitieve flexibiliteit en het snel wisselen tussen taken en gedachten, en anderzijds de meer eenvoudige vormen van leren, door beloning of angst. Volgens mij is die klassieke opdeling een beetje achterhaald. Ik wil de interactie tussen beide leervormen herbekijken en onderzoeken of beloning en angst ook hogere-orde-functies kunnen bijsturen.” “Dergelijk fundamenteel onderzoek blijft essentieel. Het ontbreekt ons momenteel aan goed geïnformeerde theoretische modellen van menselijk gedrag. Recente technologische innovaties laten ons echter toe om anders naar de werking van de hersenen te kijken, data te verzamelen en betere modellen te maken. Zo zal ik gebruikmaken van moderne technieken zoals patroonanalyses van hersendata en computationele modellen. Tegelijk zouden die nieuwe inzichten ons kunnen helpen om gedragsstoornissen zoals autisme beter te begrijpen.” Vandenbosch: “Ik verricht onderzoek naar het (sociale)mediagebruik bij adolescenten en de bijhorende prestatiedruk. Ik wil inzicht krijgen in de impact van sociale media, entertainment en fictie op de ontwikkeling van de identiteit van adolescenten. Hoe gaan ze om met de vele verwachtingen die sociale media scheppen? Wanneer leiden die gecreëerde normen en idealen tot prestatiedruk?” “Ruim 80 procent van de jongeren ervaart regelmatig prestatiedruk. Dat zijn indrukwekkende cijfers. Tegelijk zien we dat jongeren steeds individualistischer worden. Het is daarom belangrijk om te onderzoeken hoe (sociale) media, die erg zelfgericht kunnen zijn, die individualistische cultuur in de hand werken. Ik wil die nadruk op het individu koppelen aan de ontwikkeling van psychologische problemen bij adolescenten, zoals dus prestatiedruk. Daarnaast wil ik bekijken hoe ze vanuit die individualistische identiteit omgaan met sociale vraagstukken rond gender, etniciteit en seksualiteit.”

Zou jullie onderzoek ook mogelijk zijn zonder de financiële steun van de ERC?

Vandenbosch: “Nee, toch zeker niet in deze grootorde. Dankzij de ERC kunnen we een eigen team uitbouwen. Zo zullen vier doctoraatsstudenten en een postdoctoraal medewerker me bijstaan in het onderzoek. Samen volgen we twee jaar lang meer dan 4.500 jongeren in België, Frankrijk en Slovenië op. Daarnaast analyseren we een vijftiental dagboekstudies en diverse content op Instagram en TikTok om de dagelijkse druk die jongeren ervaren in kaart te brengen. Zonder de Starting Grant zou het niet haalbaar zijn om op die schaal data te verzamelen en conclusies te trekken over de culturele context waarin media-effecten zich voordoen.” “Het is best wel uitdagend om uit mijn comfortzone te stappen en mijn netwerkvaardigheden in de strijd te gooien om Franse en Sloveense scholen aan het project te binden. Dat is een volledig nieuwe ervaring voor mij. Het enige nadeel van de ERC-beurs is dat het behoorlijk wat administratieve druk met zich meebrengt. Maar dat is begrijpelijk bij zo’n grootschalige subsidie.” Braem: “Dankzij de ERC kan ik op vijf jaar tijd iets onderzoeken waar ik normaal vier keer zo lang over zou doen. Er staan ook enkele hypotheses in mijn voorstel waar ik me zonder de Starting Grant niet zo snel aan zou wagen. En ook ik kan rekenen op een vijfkoppig team: drie doctoraatsstudenten, een postdoctoraal medewerker en een laboratoriummanager. Het is de eerste keer dat ik een groter team mag begeleiden. Ik hoop hen een stimulerende werkervaring te bieden waar ze zich zo goed mogelijk kunnen ontplooien.”


"Dankzij de ERC kan ik op vijf jaar tijd iets onderzoeken waar ik normaal vier keer zo lang over zou doen"
Senne Braem

Het FWO stimuleert Vlaamse onderzoekers om hun kans te wagen voor een ERC-beurs. Speelde het FWO een rol bij jullie aanvraag?

Braem: “Hiervoor was ik als FWO-postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Universiteit Gent. Die FWO-beurs bracht me in een luxepositie: ik kon in alle vrijheid en onafhankelijkheid mijn onderzoekslijn uitdenken. Mijn FWO-postdoctoraat gaf me bovendien de nodige tijd en ruimte om mijn ERC-aanvraag grondig voor te bereiden en te schrijven – wat toch een drietal maanden in beslag nam. Dat ligt iets moeilijker als je bijvoorbeeld na je doctoraat veel onderwijsverplichtingen hebt, of aangesteld bent om een specifiek onderzoeksprogramma uit te voeren.”

“Met de steun van het FWO kon ik bovendien twee keer voor een langere periode naar het buitenland om me verder te bekwamen in mijn onderzoeksonderwerp.”

Vandenbosch: “Ik sluit me volledig aan bij Senne. Ik behaalde een FWO-aspirantenmandaat, gevolgd door een FWO-postdocmandaat. Die mandaten, samen met verschillende reissubsidies van het FWO, gaven me de kans om een sterk cv uit te bouwen en via internationale contacten mijn onderzoekskader te verbreden. Zo verbleef ik onder meer als onderzoeker aan de universiteit van Toronto en Michigan, waar ik nieuwe technieken kreeg aangeleerd van internationale experts.

Daarna ging de bal verder aan het rollen en kon ik starten als onderzoeksprofessor aan de KU Leuven. Je kan dus wel zeggen dat het FWO een belangrijke rol speelt in mijn carrière.”

De ERC financiert enkel de beste Europese onderzoekers. Amper 13 procent van de aanvragers krijgt uiteindelijk een beurs. Hoe blij waren jullie dat jullie bij de gelukkigen waren?

Vandenbosch: “Ik was heel verrast. Je droomt groots bij het schrijven van zo’n aanvraag, zonder echt te verwachten dat je de beurs zal krijgen. Om kans te maken geeft de ERC aan dat je een sterk onderzoeksprofiel moet hebben en onderzoek zal voeren dat een fundamentele doorbraak kan betekenen, een zogenaamde paradigmaverschuiving. Aangezien baanbrekend onderzoek veel risico’s met zich mee kan brengen, is er geen garantie op succes en kan de uitkomst anders zijn dan gedacht. Daar heeft de ERC gelukkig begrip voor, al vragen ze ons om die risico’s zoveel mogelijk in te perken.”

Braem: “Ik had het ook helemaal niet zien aankomen, al hoop je er stiekem wel op. Ik ben enorm dankbaar voor deze beurs, maar het maakt me tegelijk nederig. Er is namelijk ook een stevige portie geluk mee gemoeid. Ik weet dat mijn harde werk en creatieve ideeën geholpen hebben, maar ik geloof ook sterk in een samenloop van omstandigheden. Ik was nu de juiste persoon met het juiste idee op het juiste moment voor dat ERC-panel.” Vandenbosch: “Als onderzoeker kies je al in een vroeg stadium je onderzoeksdomein, waar je doorheen de jaren je expertise rond opbouwt. Als de maatschappelijke vraagstukken dan veranderen, kan het zijn dat jouw onderzoeksproject opeens hoger op de agenda staat. Daar heb je niet altijd vat op.”


"Een ERC-beurs laat toe om grootschaliger te denken"
Laura Vandenbosch

Waarom is het belangrijk dat de ERC dergelijke beurzen uitreikt?

Braem: “Ze garanderen een constante instroom van nieuwe ideeën en geven nieuwe generaties een platform. De lange looptijd en het hoge budget van een ERC-beurs bieden ook ruimte om andere pistes te verkennen en gedurfdere keuzes te maken. Bovendien kan een ERC Starting Grant een mooie opstap zijn naar een vaste positie als onderzoeksprofessor, zoals de positie die ik kreeg aangeboden aan de UGent. Ik kan nu met werkzekerheid onderzoek voeren en les geven over onderwerpen waar ik gepassioneerd door ben.” Vandenbosch: “Financiering op lange termijn en met grote budgetten zoals bij de ERC laten toe om grootschaliger te denken. De nadruk ligt dus ergens anders dan bij een beurzensysteem dat zich op een kortere termijn richt maar met eenzelfde budget misschien meer onderzoekers kan financieren. De twee systemen werken een zekere diversiteit van onderzoek in de hand. En dat is een goede zaak.”