WETENSCHAPSCOMMUNICATIE


ELK WETENSCHAPPELIJK ONDERWERP KAN JE OPENTREKKEN NAAR HET GROTE PUBLIEK

Wetenschapscommunicatie bouwt een belangrijke brug tussen wetenschap en de maatschappij. Toch maken nog niet voldoende wetenschappers de vertaalslag naar het brede publiek. Voor historicus Jonas Roelens en archeoloog Jan Trachet (beiden UGent) daarentegen is het een evidentie. Ze kregen er zelfs een prijs voor.

Historicus Jonas Roelens schopte het tot winnaar van de PhD Cup. Zijn FWO-doctoraat, dat intussen afgerond is, bracht de vervolging van homoseksuelen in kaart.

Roelens: “Mijn onderzoek handelt over sodomie in de vroegmoderne Zuidelijke Nederlanden tussen 1400 en 1700. Sodomie is een verzamelterm voor allerlei vormen van tegennatuurlijke seksualiteit, zoals masturbatie, pedofilie of bestialiteit. Maar meestal doelde men ermee op homoseksualiteit. Ik onderzocht waarom homoseksualiteit nergens in West-Europa zo vaak bestraft werd als in onze contreien.”

FWO-postdoctoraal onderzoeker Jan Trachet toerde onder de noemer ‘Pourbus Troubadour’ in 2018 door Vlaanderen en Nederland en gaf lezingen bij mensen thuis. Het onderwerp van die huiskamerlezingen? Een unieke zestiende-eeuwse geschilderde kaart van Pieter Pourbus, die de archeoloog aan de UGent bestudeert.

Trachet: “Met Pourbus Troubadour probeer ik de interesse in lokale geschiedenis, landschap en archeologie aan te wakkeren. Ik geloof dat die belangstelling bij iedereen intrinsiek aanwezig is. Ze kan als opstap dienen voor een bredere interesse in het historische landschap.” De tournee leverde Trachet vorig jaar de prijs voor Jonge Belofte Wetenschapscommunicatie van de Koninklijke Vlaamse Academie van België (KVAB) en de Jonge Academie op.

Waarom vinden jullie het belangrijk om de inzichten uit jullie onderzoek te delen met de samenleving?

Trachet: “De kaart van Pourbus, die het midden houdt tussen laatmiddeleeuwse schilderkunst en vroegmoderne cartografie, biedt een schat aan landschappelijke en archeologische informatie over de Zwinstreek in West-Vlaanderen. Ik vind het zonde om mijn kennis niet te delen met de lokale gemeenschap; zij wonen tenslotte in het gebied.” Roelens: “We kunnen heel wat leren uit de historische vervolging van homoseksuelen. Seksualiteit is ook vandaag een heet hangijzer. Daarom wilde ik naar buiten treden met mijn onderzoek. Ik begon met het schrijven van opiniestukken voor de krant en artikels voor populaire wetenschappelijke tijdschriften en ik gaf lezingen. Ik ben ook fiere coauteur van het boek Verzwegen verlangen. Een geschiedenis van homoseksualiteit in België.” “Via wetenschapscommunicatie kan ik mensen bovendien kritisch doen nadenken. Het is moeilijk om in de overvloed aan teksten en beelden nog te onderscheiden wat authentiek is en wat fake news. Historici zoals ikzelf kunnen de burger helpen om stil te staan bij de bron van een bericht en de bedoeling van de auteur. De informatie waar je als historicus mee werkt, is namelijk dikwijls subjectief, complex en vooral onvolledig. Je moet die info correct interpreteren en er een logisch verhaal van maken. Mijn ervaring daarmee wil ik graag delen.”


"Via wetenschapscommunicatie kan ik mensen kritisch doen nadenken."
Jonas Roelens

Jullie inzet loont. Jullie wonnen allebei een prijs voor jullie uitzonderlijke verdienste in wetenschapscommunicatie.

Roelens: “Ja, ik won de PhD Cup, en tot mijn verrassing zowel de publieksprijs als de juryprijs. Jaarlijks verschijnen in Vlaanderen ruim 1800 doctoraten. De meeste belanden in een digitaal archief, zonder dat er veel ruchtbaarheid aan wordt gegeven. Met de PhD Cup wil organisator Scriptie vzw het onderzoek naar een breed publiek brengen. In drie minuten leggen de kandidaten in begrijpelijke taal uit waar hun onderzoek over gaat.” Trachet: “Ik ontving de Jaarprijs Wetenschapscommunicatie en de prijs van Jonge Belofte van de KVAB en de Jonge Academie voor mijn fietstocht met huiskamerlezingen. Ik fietste overdag door het middeleeuwse landschap zoals afgebeeld op de kaart, waarna ik een lezing gaf bij iemand thuis in ruil voor een slaapplek. Op die manier bereikte ik een klein, maar heel divers publiek van families, buren en vrienden met interesse in lokale geschiedenis.”

Waarom vinden jullie het belangrijk om aan wetenschapscommunicatie te doen?

Roelens: “Wetenschappers zitten vaak comfortabel in hun ivoren toren. Maar we mogen niet vergeten dat de gemeenschap het recht heeft om te weten welk onderzoek ze mee financiert via belastinggeld. Meedoen aan de PhD Cup en het contact met de andere kandidaten heeft me trouwens geleerd dat je werkelijk elk wetenschappelijk onderwerp, hoe gespecialiseerd ook, kan opentrekken naar het grote publiek. Elke academicus zou moeten nadenken hoe hij zijn onderzoek naar die doelgroep kan vertalen.” “Tegelijk haal je zelf enorm veel uit die wisselwerking met het brede publiek. Ik krijg de meest boeiende vragen voorgeschoteld, waar ik of collega’s nooit bij hadden stilgestaan. Je krijg nieuwe inzichten en leert meer out of the box denken. Dat komt de wetenschappelijke resultaten alleen maar ten goede.”


"De gemeenschap heeft het recht om te weten welk onderzoek ze mee financiert via belastinggeld"
Jonas Roelens

Trachet: “Ik help ook om een draagvlak te creëren voor de archeologiesector, die niet alleen een academische zijde heeft. Ik geef een voorbeeld. Bij de bouw van een nieuw ziekenhuis blijken er archeologische opgravingen nodig te zijn. De bouwheer had dat misschien liever anders gezien. Door duidelijk en transparant te communiceren, kunnen we aantonen dat dergelijke opgravingen hun nut hebben, ook al kunnen ze meer geld en tijd kosten dan aanvankelijk gedacht.” “Als we op een heldere manier blijven communiceren over wetenschap, krijg je ook de burger mee op de kar. Je wekt zijn interesse om zich mee in te zetten, bijvoorbeeld via citizen science of burgerwetenschap. Ik ben momenteel bezig met het digitaliseren van de kaart van Pourbus. Om de databank in te vullen, wil ik een beroep doen op geïnteresseerde burgers. Zo zijn er heel wat projecten in Vlaanderen en daarbuiten. Er zit toekomstmuziek in citizen science, en dus ook in wetenschapscommunicatie.”


ROELENS

“Wetenschappers zitten vaak comfortabel in hun ivoren toren.”


TRACHET

“Maar als je op een heldere manier blijft communiceren over wetenschap, krijg je ook de burger mee op de kar.”

Jullie zijn beide menswetenschappers. Is het toeval dat net jullie een prijs voor wetenschapscommunicatie in de wacht sleepten of schuilt er meer achter?

Trachet: “Het is wellicht tekenend. Humane wetenschappen worden niet altijd erkend als ‘echte’ wetenschap met een maatschappelijk nut. De exacte wetenschappen blijven gespaard van dat wantrouwen, omdat de maatschappelijke relevantie daar makkelijker te duiden is. Misschien net daarom dat we extra ons best doen om ons belang te verdedigen tegenover de samenleving.” Roelens: “Het draagvlak voor exacte wetenschappen is groter. Ik merk ook dat wij ons meer moeten bewijzen. Tijdens de eerste maanden van mijn doctoraat stelde ik mijn onderzoek zelf in vraag. Waarom ben ik hiermee bezig? Wie wil dit weten? Ik besefte dat ik er zelf voor kon zorgen dat mijn onderzoek relevant werd door ermee naar buiten te komen. Het onderwerp leeft. Ik kan makkelijk inspelen op de actualiteit en er bijvoorbeeld een opiniestuk aan wijden.”


"Wetenschapscommunicatie moet een structurele plaats krijgen binnen wetenschappelijk onderzoek"
Jan Trachet

Trachet: “Maar laten we vooral niet vergeten dat het gewoon leuk is om te doen. Zeker als je er je passies in kan integreren. Daar ligt volgens mij de sleutel tot succes. Zo kon ik in ‘Pourbus Troubadour’ al mijn liefdes kwijt: veldwerk, natuur, fietsen, sociaal contact en spreken over archeologie.” Roelens: “Ik heb enorm veel plezier beleefd aan het schrijven van mijn boek. Wetenschapscommunicatie is een heel directe vorm van communicatie. De mensen spreken je rechtstreeks aan. Het creëert een grotere dynamiek dan wanneer je bijvoorbeeld een wetenschappelijke publicatie schrijft. Ik snap eerlijk gezegd niet waarom wij de vreemde eend in de bijt blijven en niet meer onderzoekers op deze manier over hun werk communiceren.”

Kan tijdsgebrek daar iets mee te maken hebben?

Roelens: “Ik vermoed van wel. Wetenschapscommunicatie vraagt een zeker engagement van wetenschappers. Onze agenda zit al boordevol met onderzoek, lesgeven, ... Ik heb vooral ’s nachts en in het weekend aan mijn boek geschreven. Prijzen zoals de PhD Cup geven de nodige erkenning, maar wetenschapscommunicatie blijft nog te veel in de marge. De universiteiten en hogescholen zouden wetenschapscommunicatie kunnen stimuleren, bijvoorbeeld door het te incorporeren in hun financieringsmechanismen en evaluatiemodellen.”

Trachet: “Zij beoordelen je academische carrière vooralsnog door naar je lijst van wetenschappelijke publicaties te kijken. Het is dus logisch dat je eerder daar je tijd in steekt. Wetenschapscommunicatie zou een meer structurele plaats binnen ons onderzoek moeten krijgen. Het zou niet mogen dat we dat in onze vrije tijd moeten doen. Zelf heb ik het geluk dat er binnen onze onderzoeksgroep ruimte is om ‘binnen de uren’ aan wetenschapscommunicatie te doen.”

Roelens: “Er is wel een omslag gaande. De UGent startte als eerste Belgische universiteit met een praktijktraject publieksgeschiedenis. Tijdens een observatie- en participatiestage maken studenten kennis met de brede praktijk van publiekshistorisch werk (geschiedenis presenteren aan een breed publiek, red.). De studenten gaan de dialoog aan met de gemeenschap en leren het nut ervan inzien. Hopelijk wordt het voor de huidige generatie studenten evidenter om aan wetenschapscommunicatie te doen.”


ROELENS

“Wetenschapscommunicatie blijft nog te veel in de marge.”


TRACHET

“Ja, ze zou een meer structurele plaats binnen onderzoek moeten krijgen.”

Wat raden jullie onderzoekers aan die aan wetenschapscommunicatie willen doen?

Trachet: “Maak een projectwebsite over je onderzoek en maak op een bevattelijke manier duidelijk wat je onderzoekt. Begin daar zo snel mogelijk mee, want het wapent je voor de talloze keren dat je moet uitleggen wat je nieuwe job inhoudt. Als basis gebruik je de teksten die je al geschreven hebt, bijvoorbeeld voor beursaanvragen, die je later kan aanvullen met onderzoeksresultaten. Dat digitale visitekaartje wordt gretig opgepikt door de media. Journalisten vinden je makkelijk terug en je krijgt vlotter aanvragen voor bijvoorbeeld lezingen. Wil je er echt werk van maken, dan kan je er zoals ik ook filmpjes op plaatsen en naar verwijzen via sociale media.”


"Door de wisselwerking met het brede publiek krijg je nieuwe inzichten en leer je out of the box denken"
Jonas Roelens