“Het contact met patiënten houdt me alert”

BART LAMBRECHT

U bent zowel arts als immunoloog, en een autoriteit op het vlak van astma en allergieën. Met uw onderzoek naar de basismechanismes van astma wilt u de behandeling van de ziekte verbeteren. Voelt u zich vooral wetenschapper?

“Ik beschouw mezelf in de eerste plaats als een wetenschapper met een passie voor fundamentele immunologie. Door de basismechanismen van astma te ontrafelen, zijn we in staat om enkele fundamentele principes van ons afweersysteem bloot te leggen. Die inzichten kunnen eenvoudig geëxtrapoleerd worden naar andere domeinen, zoals het onderzoek naar de darmen of de huid.”

“Binnen ons team aan de VIB-UGent (de Gentse afdeling van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, red.) bestuderen we onder meer de antigeen- presenterende cellen van ons afweersysteem, waaronder dendritische cellen. We hebben ontdekt dat er in ons lichaam 3 types dendritische cellen zijn die een belangrijke rol spelen in ons immuunsysteem. Die hebben we beschreven en in een terminologie en nomenclatuur gegoten die nu ook in andere vakgebieden gebruikt wordt, zoals het hersenonderzoek.”

“Dendritische cellen herkennen niet alleen allergenen als huisstofmijt en graspollen, maar ook respiratoire virussen, zoals RSV of respiratoir syncytieel virus. Dat is niet onbelangrijk. De interactie tussen allergenen en die virussen kan namelijk tot chronische astma leiden. Respiratoire virussen blijken vaak de reden waarom de astma verslechtert. Dat kan tijdelijk zijn, maar bij baby’s en jonge kinderen kan het in het ergste geval leiden tot een chronische verslechtering van de longziekte. Zelfs een banale neusverkoudheid kan de trigger zijn om astma blijvend te verergeren.”

Uw onderzoek beperkt zich niet tot fundamentele immunologie. U draagt ook bij tot de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen voor astmapatiënten.

“Kinderen die op een boerderij opgroeien, zijn beter beschermd tegen astma. Blijkbaar is boerderijstof in staat om het luchtwegslijmvlies af te koelen en tot rust te brengen. Hoe dat juist in zijn werk gaat, ontdekten we binnen een Europees onderzoekconsortium. Boerderijstof bevat veel endotoxinen. Die stoffen communiceren met het luchtslijmvlies en leren het afweersysteem dat een beetje vuil in de lucht geen kwaad kan. Het afweersysteem onthoudt om op een correcte manier met onschadelijke allergenen om te gaan. Bacteriën die wel een gevaar kunnen betekenen, steken wel nog boven de ingestelde gevaardrempel: ze worden heel precies gedetecteerd en onschadelijk gemaakt. De componenten van boerderijstof willen we nu nabootsen en gebruiken voor de ontwikkeling van geneesmiddelen tegen astma.”

Vanwaar uw interesse in immunologie en longziekten?

“De long is een delicaat orgaan, dat erg kwetsbaar is voor ontstekingen. Het afweersysteem moet reageren om de longen te beschermen tegen de vele pathogenen en toxische stoffen in de lucht, maar het mag daarbij de werking van de longen niet belemmeren. Die continue zoektocht naar balans boeit me enorm. Longziekten als gevolg van een verstoord immuunsysteem komen steeds vaker voor. Ondertussen heeft één op de twee Europeanen een allergie. Ook COVID-19 veroorzaakt een overdreven reactie van het afweersysteem - volledig buiten proportie ten opzichte van de prikkel. Daardoor worden mensen zo zwaar ziek.”

“Aanvankelijk wilde ik longarts worden. Ik heb heel graag geneeskunde gestudeerd. Ik had er trouwens het geluk om les te krijgen van de gereputeerde longarts Romain Pauwels, naar wie ik opkeek. Na mijn eerste jaar opleiding tot internist kreeg ik de kans om aan wetenschappelijk onderzoek te doen. Ik voelde dat daar mijn echte passie lag. Na mijn doctoraat was het evenwel tijd om mijn specialisatie in de geneeskunde af te ronden, want ik wou nog altijd longarts worden. Omdat het in België niet mogelijk was om opleiding en onderzoek te combineren, ben ik naar Nederland getrokken.”

Na tien jaar keerde u terug naar België. Wat trok u over de streep?

“Ik kreeg met het Odysseus­programma van het FWO een zeer aantrekkelijk aanbod. Dankzij de hoge financiering kon ik een team rond mij verzamelen en grootse ideeën, met een zeker risico, uitvoeren, wat in Nederland niet mogelijk was. Ons onderzoek naar boerderijstof wordt bijvoorbeeld gefinancierd via het Odysseusprogramma. Het liet me bovendien toe om te groeien en een internationaal, competitief cv uit te bouwen, waardoor ik later directeur van het Centrum voor Inflammatieonderzoek kon worden. Ik bevind me nu in een ideale situatie: ik heb weten­schappelijke vrijheid en een groot departement met toponder­zoekers en hoogstaande apparatuur en infrastructuur. Zonder Odysseus had ik de overstap naar België nooit gemaakt.”

“Ik leer enorm veel uit onze samen­werking met de biotech­industrie. Het is pas door met een bedrijf samen te werken dat je weet welke stappen de ontwikkeling van een medicijn vergt”

Toch bent u altijd ook arts gebleven?

“Ja, en met veel plezier. Het contact met de patiënten houdt me alert. Ik weet beter wat hun concrete verwachtingen en behoeften zijn en hoe de markt eruitziet. Het heeft geen zin om onderzoek te doen naar een nieuwe behandeling, als mensen er niet voor openstaan of als er al een doeltreffend medicijn bestaat.”

“COVID-19 gaf ook ons extra werkdruk, maar het departement van de VIB-UGent heeft met veel enthousiasme vier klinische studies rond het virus opgestart, geneesmiddelen beschikbaar gemaakt voor de patiënten en meegewerkt aan het verhogen van de testcapaciteit in Vlaanderen. Je kennis tijdens een crisis inzetten om mensenlevens te redden geeft enorm veel voldoening.”

Is het uiteindelijk uw ambitie om basiswetenschap te gebruiken om de klinische praktijk te verbeteren?

“Dat is het ideale scenario. Ik heb onlangs een ERC-beurs ontvangen voor verder onderzoek naar eiwitkristallisatie in de luchtwegen van astmapatiënten, waarbij zich slijmproppen vormen. Samen met een biotechbedrijf in Gent starten we nu een klinische studie op om een antistof te ontwikkelen die die eiwitkristallen in de longen of neus kan doen oplossen. Er zal dus effectief een geneesmiddel getest worden bij patiënten. Dat is telkens een uniek carrièremoment.”

“Ik leer enorm veel uit onze samenwerking met de biotechindustrie. Het is pas door met een bedrijf samen te werken dat je weet welke stappen de ontwikkeling van een medicijn vergt. Wat ook heel bijzonder was: ik mocht ons onderzoeksproject verdedigen voor tweehonderd businessanalisten op Wall Street.”

Een ERC-beurs is weggelegd voor onderzoekers die zich bezighouden met weten­schappelijk onderzoek op internationaal topniveau. Hoe belangrijk vindt u internationale samenwerking?

“Ik vind het een groot gemis dat we in Vlaanderen te weinig die drive hebben om het buitenland te verkennen. Ik raad iedereen aan om een of twee jaar naar het buitenland te gaan. Het is zo verrijkend om in aanraking te komen met andere communicatievormen, culturen, manieren van aanpak …”

“Vlaanderen bespaart niet op wetenschaps­beleid en dat werpt vruchten af”

Wat zou u in de toekomst graag nog onderzoeken?

“Tot nu toe is geen enkel medicijn in staat om bij een stabiele astmapatiënt de longfunctie te verhogen en beter te maken. Vroeger dacht men dat dat kwam door onherstelbare schade aan de longen, maar wij hebben ontdekt dat slijmophoping, door die eiwitkristallen, een belangrijke oorzaak is van een verminderde longfunctie. In de studieboeken staat dat astma een ziekte is die je hele long treft, maar ik geloof steeds meer dat astma een lokale ziekte is die zich afspeelt rond die slijmproppen. Het is een onderzoek van lange adem waar we zeker tien jaar zoet mee zullen zijn, maar het kan een belangrijke doorbraak betekenen in de behandeling van astma.”

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Wat is het belang van deze Excellentieprijs voor u?

“Vlaanderen mag terecht fier zijn op haar biomedisch onderzoek. Het behoort tot de absolute wereldtop. Vlaanderen bespaart niet op wetenschapsbeleid en dat werpt vruchten af. Dat internationale collega’s mij erkennen als een van de spilfiguren in dat onderzoek, is erg fijn. Laten we wel niet vergeten dat het een bekroning voor het hele team is. Zo’n prijs win je nooit alleen.”