“Het universum is van en voor iedereen”

CONNY AERTS

U bent asteroseismoloog. Wat houdt dat juist in?

“Een asteroseismoloog onderzoekt wat er binnen in een ster gebeurt. Een ster is een hete gasbol die continu trilt. Die bevingen verraden de fysische en chemische processen die binnenin aan het werk zijn en veranderen de helderheid van de ster. Die minieme variaties meet en analyseer ik. De trillingen zijn te klein om met een telescoop waar te nemen. Er treedt immers te veel storing op door de variatie in de aardatmosfeer. Ik ben dus aangewezen op metingen met ruimtetuigen.”

“Sinds in 1995 de eerste exoplaneet ontdekt werd, proberen de ruimte­vaartorganisaties NASA en het Europese ESA veel planeten buiten ons zonnestelsel te vinden. Die ruimtemissies gaven het onderzoek naar sterbevingen een enorme boost. Na ongeveer tien jaar bouwen werd in 2006 het eerste ruimtetuig gelanceerd dat volledig gewijd was aan het onderzoek naar exoplaneten: CoRoT. Vanaf dat moment kregen we toegang tot metingen die ons in staat stellen om sterbevingen duidelijk te detecteren en te analyseren. NASA’s satelliet TESS geeft ons nu kostbare metingen door. En we hebben ook vier jaar aan meetgegevens van de NASA-ruimtetelescoop Kepler.”

“De hoofdmoot van mijn tijd besteed ik aan het analyseren van al die meetgegevens. Ik heb het geluk dat ik elke dag mijn hobby kan uitoefenen. Van kleins af aan ben ik nieuwsgierig naar de sterren. Wist je trouwens dat al die data publiek toegankelijk zijn? Het universum is van en voor iedereen. Aangezien iedereen ermee aan de slag kan, is het een mooie verdienste dat onze onderzoeksgroep aan de KU Leuven regelmatig als eerste met nieuwe conclusies komt.”

U hebt de nieuwe ruimtemissie PLATO mee aan het rollen gebracht. Wat zal dat project voor uw onderzoek opleveren?

“PLATO zal vanaf eind 2026 op zoek gaan naar leefbare planeten, exoplaneten die voldoende op onze aarde lijken om leven mogelijk te maken. ESA heeft ons geselecteerd om daaraan mee te werken in hun PLATO-kernteam. Twee jaar lang zullen sterbevingen gemeten worden van honderdduizenden sterren. Dat zijn niet allemaal moedersterren van planeten en het is dus niet het hoofddoel van PLATO, maar voor ons is het een enorme opportuniteit. Zulke kansen moet je grijpen als ze zich voordoen. Als wetenschapper moet je riskante initiatieven durven nemen.”

“Vijf keer per jaar vind je me in het hoofdkwartier van de ESA om die ruimtemissie te helpen opbouwen. Ik vorm de brug tussen de wetenschapper en de ingenieur: hoe vertalen we onze onderzoeksvraag naar concrete technologische specificaties nodig voor het te bouwen meettoestel, rekening houdend met een bepaald budget en bepaalde tijdspanne?”

Heeft u de bestaande methodologie moeten bijstellen?

Sinds de jaren zeventig krachtige computers brachten, baseren sterrenkundigen zich op numerieke berekeningen van theoretische voorspellingen over wat er binnenin sterren gebeurt. Tot nu toe moesten we dat doen op basis van waarnemingen van hun oppervlak of van zonbevingen die we wel met telescopen vanop aarde kunnen meten. Nu we effectief bevingen van sterren kunnen meten en daardoor ook hun binnenkant geleidelijk aan geheimen prijsgeeft, zien we dat die modellen te eenvoudig zijn en flink bijgestuurd moeten worden.”

“Dat is een traag en complex proces dat jaren duurt. Ik ben wiskundige van opleiding en hou van mathematische modellering. Bovendien sta ik gekend voor mijn geduld. Ik vind het spannend als ik lange tijd kan sleutelen aan één riskant project. Het laat me toe om samen met mijn team tot nieuwe bevindingen te komen, vaak juist omdat het zoveel tijd en doorzettingsvermogen vergt.”

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Ik kan me inbeelden dat astrofysica floreert bij een sterk internationaal karakter?

“Dat klopt, en ik wil bewust een team dat de Belgische grenzen ver overstijgt. Ik heb nood aan externe invloeden, van onderzoekers die elders een opleiding hebben genoten. Binnen mijn onderzoeksteam vind je ook allerlei disciplines terug. Zo tellen we onder anderen informatici, ingenieurs, wiskundigen, fysici en chemici. Ik ben trots op ons transdisciplinaire en internationale team, dat wereldwijd een ijzersterke reputatie geniet.”

“Ik ijver ook voor meer vrouwen binnen de fysica. Er zijn 12 vrouwen onder de 28 doctoraatstudenten die onder mijn vleugels zijn afgestudeerd, terwijl slechts 10 procent van de startende fysicastudenten in Vlaanderen een vrouw is. Vrouwen denken anders dan mannen, dus je hebt beiden nodig in je team.”

“Ik ijver voor meer vrouwen binnen de fysica. Vrouwen denken anders dan mannen, dus je hebt beiden nodig in je team”

“Veel vrouwen zijn teamspelers, net zoals ik trouwens, en ze denken ten onrechte dat er geen teamwerk gebeurt in de exacte wetenschappen. Het is daarom belangrijk om jonge meisjes te tonen hoe moderne wetenschap kan gebeuren, hoeveel verschillende toepassingen er binnen de exacte wetenschappen bestaan en dat er zeker plaats is voor groepswerk. Dat aspect is onderbelicht in Vlaanderen en verdient sensibiliseringsacties van de overheid.”

“Jaarlijks organiseert onze Faculteit Wetenschappen Ladies@Science. Tweehonderd 17-jarige Vlaamse meisjes steken dan een halve dag lang de handen uit de mouwen in onze labo’s, samen met vrouwelijke wetenschappers. Voor de meeste meisjes is dat een openbaring. Ze weten vaak niet dat exacte wetenschappen zo fijn kunnen zijn.”

Wat zou u in toekomst nog graag onderzoeken?

“De ruimtemissies TESS en PLATO leveren ons voor het eerst metingen van de bevingen van zware en stervende sterren. Tot nu toe beperkten onze vondsten zich tot metingen van relatief lichte sterren zoals de zon. Er gebeuren allerlei fysische processen als een zware ster haar einde nadert, tot ontploffingen toe. Dat wil ik graag verder onderzoeken. Daarnaast blijf ik me inzetten om de theoretische modellen van sterbevingen bij jongere sterren bij te schaven.”

U heeft befaamde voorgangers binnen de sterrenkunde in België. Heeft u veel geleerd van die pioniers?

“België kent een lange geschiedenis binnen de asteroseismologie. Ik ben al de derde generatie en kan voortwerken op de verwezenlijkingen van de Luikse professor Paul Ledoux, die de theorie van de stertrillingen heeft bedacht, en van Paul Smeyers, doctoraatstudent van Paul Ledoux en de vroegere directeur van het Instituut voor Sterrenkunde in Leuven. Van hem heb ik de theorie van stertrillingen geleerd. Mijn eigen doctoraatspromotor, Christoffel Waelkens, heeft dan weer de kennis rond de observationele metingen vanop de grond mee ontwikkeld en aan mij doorgegeven.”

“Onze Belgische expertise in asteroseismologie mag internationaal op erkenning rekenen. Vandaag staat ons team in Leuven vooral gekend voor onze trekkersrol in de verbetering van de theorieën van zware sterren.”

Wat is volgens u de taak van een onderzoeker?

“Het opleiden van mijn studenten staat het hoogst op mijn prioriteitenlijst. Het doet me plezier als ik mijn doctorandi zie openbloeien en hen kan uitzwaaien met een rugzak vol kennis. Ze kunnen allemaal meteen aan de slag, of het nu binnen het onderzoek, het onderwijs of in de industrie is. Dergelijke profielen van computationeel sterke onderzoekers zijn ook in bedrijven essentieel.”

Wat doet het winnen van de Excellentieprijs met u?

“Ik zie deze prijs als een statement. Ik doe voornamelijk aan langetermijndenken en -werken. Dat levert niet altijd snelle resultaten op. De beste resultaten die ik kan voorleggen, zijn een investering van jaren geweest. Deze prijs toont aan dat die manier van werken loont en erkend wordt.”

“Bovendien heb ik tijdens mijn academische loopbaan bewust veel buitenlandse posities geweigerd. Ik heb dankzij postdoc-mandaten van het FWO mijn eigen ding kunnen doen - anders dan al mijn voorgangers - zodat ik mijn onderzoek kon combineren met de academische loopbaan van mijn partner en de opvoeding van onze kinderen. Toch ben ik nu een op-en-top internationaal erkende onderzoeker en ook dat aspect onderstreept deze prijs.”

“Het is ten slotte een enorme stimulans om door te blijven doen, om jonge mensen te blijven begeleiden. Ik heb al mijn doctorandi en postdocs een persoonlijke brief geschreven en hen allemaal gefeliciteerd met een cadeau, omdat ik dit als een teamprijs beschouw. Ik deel de erkenning graag met hen. Aan de andere kant is het spijtig dat het zestig jaar geduurd heeft vooraleer een vrouw deze prijs wint. Laten we ervoor zorgen dat het niet opnieuw zolang duurt.”