“Je kan patiënten alleen helpen als je bevindingen het labo verlaten”

GUY BOECKXTAENS

Als neurogastro-enteroloog streeft u naar meer inzicht in de mechanismen van gastro-intestinale ziektes, zoals het prikkelbaredarmsyndroom. Waarom juist die specialisatie?

“Veel mensen hebben last van gastro-intestinale aan­doeningen, zoals buikpijn, constipatie of slikproblemen. Dat kan een sterke invloed hebben op je algemene levenskwaliteit en je sociale leven. Sommige mensen durven bijvoorbeeld de deur niet meer uit uit schrik voor ‘ongevalletjes’. Toch bestaan er nog altijd geen effectieve behandelingen. Bovendien worden hun klachten niet altijd even serieus genomen, omdat de problematiek voor buitenstaanders niet zo tastbaar is. Zit het niet tussen hun oren?”

“Mijn onderzoeksgroep wil daar verandering in brengen. In onze darmwand zit een eigen zenuwstelsel, ‘de kleine hersenen van de darm’. Dat geeft signalen door aan de hersenen en bepaalt in grote mate het functioneren van onze darmen. Tot vijftien jaar geleden was de rol van dat zenuwstelsel in het ontstaan van darmziekten en vooral buikpijn nog quasi onbestaande. Mijn onderzoek is erop gericht om meer inzicht te krijgen in wat er fout kan lopen in dat zenuwstelsel en wat de klachten nu juist veroorzaakt.”

Er zijn heel wat gastro-intestinale aandoeningen; u kan ze onmogelijk allemaal bestuderen. Waarop focust u in uw onderzoek?

“Ik focus voornamelijk op de interactie tussen het zenuwstelsel en het immuunsysteem van de darm en hoe een ‘fout’ in de onderlinge communicatie aanleiding geeft tot een abnormale darmfunctie en symptomen. In het bijzonder bestuderen we hoe een subtiele ontsteking de pijngevoeligheid en beweging van de darm beïnvloedt. We onderzoeken hoe het komt dat patiënten met prikkelbare-darmsyndroom of spastische darm buikpijn hebben als ze stress hebben of voedsel innemen en proberen op basis van die kennis nieuwe behandelingen te ontwikkelen.”

“Een vijftiental jaar geleden hebben we ontdekt dat zenuwcellen een ontstekingsremmend effect hebben in de darm. We bekijken nu hoe dat werkt, om zo bijvoorbeeld ontstekingsziekten van de darm, zoals de ziekte van Crohn, en postoperatieve ileus beter te behandelen. Dat is een vaak voorkomende complicatie na abdominale chirurgie die het gevolg is van een subtiele ontsteking van de spierlagen van de darm.”

Onderzoek naar neurodegeneratie

“In het kader van een Advanced-beurs van de European Research Council (ERC) zoeken we ook naar de mechanismen die aanleiding geven tot het afsterven van de zenuwcellen in de darm, ook wel neurodegeneratie genoemd. Dat proces kan je vergelijken met het verdwijnen van zenuwcellen bij hersenziekten zoals alzheimer en dementie. Het voedsel wordt dan niet meer op een gecoördineerde wijze door de darm getransporteerd, met slikproblemen, vertraagde maagontlediging en constipatie of diarree tot gevolg. Je ziet het vooral bij welvaartziekten als suikerziekte en obesitas, of simpelweg doordat we alsmaar ouder worden. Het probleem wordt dus steeds groter.”

Voldoening na het vinden van een geslaagde behandeling

“Het doel is altijd om onze fundamentele bevindingen naar de mens en de kliniek te brengen. We proberen altijd eerst te begrijpen hoe het mechanisme in zijn werk gaat en hoe het kan mislopen, om vervolgens nieuwe behandelingen te ontwikkelen. Dat lukt uiteraard niet altijd. Als we er dan wel in slagen, geeft dat enorm veel voldoening. Zo hebben we in ons onderzoek naar het prikkelbare-darmsyndroom een stof gevonden die een belangrijke rol speelt: histamine. Die stof is ook een factor in het opwekken van hooikoorts. Na vele tests hebben we uiteindelijk patiënten behandeld met een middel tegen hooikoorts. De helft van hen reageerde positief, wat vergeleken met andere behandelingen een enorme vooruitgang is. Daar bouwen we nu op voort. De bedoeling is om ook een oplossing te vinden voor de andere helft.”

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

“Tijdens mijn doctoraat heb ik een belangrijke neuro­transmitter ontdekt. Het motiveerde me om me verder op onderzoek toe te leggen”

Werkt u soms samen met de farmaceutische industrie om een doeltreffend geneesmiddel te vinden?

“Het gebeurt dat een farmaceutisch bedrijf in de helft van het parcours geïnteresseerd raakt in een samenwerking, zoals bij ons onderzoek naar postoperatieve ileus. Na een chirurgische buikoperatie kan de darm tijdelijk verlamd zijn doordat het darmweefsel ontstoken is. Wij onderzoeken hoe we die verlamming sneller kunnen opheffen. We behaalden veelbelovende resultaten door bij een kleine groep patiënten een bepaalde stof, die ook in een middel voor constipatie zit, te injecteren. Dat werd opgepikt door een farmaceutisch bedrijf, dat nu een soortgelijk geneesmiddel onderzoekt.”

Was dat uw drijfveer om wetenschapper te worden: mensen helpen?

“Als kind wilde ik arts worden en mensen genezen. Ik was enorm onder de indruk van documentaires over grote wetenschappers zoals Fleming en Marie Curie. Ik ben eerder toevallig in het onderzoek gerold: ik kreeg een doctoraat aangeboden en kreeg de microbe te pakken. Tijdens mijn doctoraat aan de Universiteit van Antwerpen heb ik een heel belangrijke neurotransmitter ontdekt. Die staat nu in elk handboek vermeld. Dat motiveerde me om me verder op onderzoek toe te leggen.”

“2 halve dagen per week heb ik raadpleging. Dat schenkt me veel voldoening, en ik vind het leuk om contact te hebben met patiënten. Ik haal er ook inspiratie en vooral motivatie uit voor mijn onderzoek. Ik heb de ideale job: een boeiende mix tussen onderzoek en praktijk. Ik heb beide nodig om me uitgedaagd te voelen. Routine is niet aan mij besteed.”

Welke uitdagingen liggen er nog in het verschiet?

“Allereerst wil ik mijn ERC-beurs tot een goed einde brengen. Daarnaast zou ik me graag verder verdiepen in de ziekte achalasie: door het afsterven van zenuwcellen kan de sluitspier tussen slokdarm en maag zich niet meer ontspannen tijdens het slikken. Nu wordt dat probleem redelijk drastisch opgelost door de sluitspier door te snijden en zo een doorgang tussen slokdarm en maag te creëren. Het is mijn ultieme droom om nieuwe zenuwcellen te maken en te injecteren, zodat een operatie niet langer nodig is.”

“Onlangs zijn we gestart met te onderzoeken waarom patiënten met achalasie juist zenuwcellen verliezen. Als we daar meer inzicht in krijgen, is het misschien mogelijk om internationale samenwerkingen op te stellen met onderzoeksgroepen die al verder staan met de transplantatie van zenuwcellen. De ultieme droom is om de stap naar de mens te kunnen zetten, al besef ik dat dat misschien niet meer tijdens mijn carrière zal gebeuren.”

Werkt u nu ook al vaak internationaal samen?

“Als je excellent onderzoek wil doen, moet je samenwerken met buitenlandse onderzoeksgroepen met diverse expertises. Zelf heb ik dertien jaar in Nederland gewerkt als onderzoeker. Mijn doctoraatstudie in Antwerpen trok de aandacht van de Universiteit van Amsterdam en ik kreeg de kans om staflid te worden in destijds de beste afdeling Gastro-enterologie van Europa, waar ik mocht samenwerken met internationale toppers. Het Odysseus-programma van het FWO haalde me uiteindelijk terug naar België. Het voelde als thuiskomen, want je blijft toch altijd een buitenstaander, zelfs in een buurland als Nederland. Al apprecieerde ik wel de directheid van de Nederlanders. Je weet meteen wat je aan hen hebt.”

Heeft u die directe aanpak overgenomen?

“In Nederland heerst een open relatie tussen teamgenoten en supervisoren. Ze communiceren op gelijk niveau. Dat vind ik ook belangrijk binnen mijn team. Mijn deur staat altijd open. Tegelijk ben ik erg kritisch : ik wil dat studenten goed voorbereid zijn voor bijvoorbeeld een lezing. Ze moeten elke vraag kunnen beantwoorden. Mijn PhD-studenten appreciëren die aanpak, omdat ze weten dat ze dan goed voorbereid zijn en er echt staan. Door samen dingen te doen, bijvoorbeeld tijdens een meerdaags congres of een teambuilding, blijven we een hecht team. Het is enorm verrijkend om jonge mensen te begeleiden en te motiveren.”

Wat betekent deze prijs voor u?

“Ik had totaal niet verwacht dat ik zou winnen, omdat mijn onderzoeksveld doorgaans minder aandacht krijgt. Daarom doet de waardering enorm deugd. Laat dit een stimulans zijn om die grote onbegrepen groep van patiënten en hun aandoening wat meer te erkennen.”

“Ik merk dat farmaceutische bedrijven weer meer klinische studies willen opzetten in mijn vakgebied, omdat we alsmaar meer inzicht krijgen in deze ziekten. Hopelijk helpt deze prijs om die tendens verder te zetten. We kunnen patiënten alleen maar helpen als onze bevindingen het labo verlaten en er nieuwe geneesmiddelen komen.”