“De wetenschap worstelt nog altijd met het raakvlak tussen lichaam en geest”

JOHAN WAGEMANS

U bent experimenteel psycholoog. Waarom koos u voor die tak binnen de psychologie?

“Ik stel mezelf voortdurend vragen en wil de wereld rondom mij zoveel mogelijk begrijpen. Die verwondering is de drijfveer van elke wetenschapper. Bij mijn studiekeuze twijfelde ik tussen burgerlijke ingenieurs­wetenschappen, geneeskunde en psychologie. Psychologie sloot het best aan bij mijn vragen over de mens, het menselijk gedrag en de menselijke geest. En tijdens mijn studies boeide het vak experimentele psychologie mij het meest.”

“Een experimenteel psycholoog wil via experimenten achterhalen hoe een bepaald gedrag tot stand komt. Daartoe wordt een klein aantal variabelen gemanipuleerd en wordt een aspect van het gedrag in samenhang daarmee gemeten, bijvoorbeeld de reactietijd bij een computertaak. Mijn onderzoeks­groep binnen de afdeling Brein en Cognitie aan de KU Leuven legt zich vooral toe op visuele waarneming. We onderzoeken hoe ons brein visuele informatie over de omgeving verwerkt, er betekenis aan geeft en hoe we ons gedrag daarop afstemmen. Visuele waarneming bevindt zich op het raakvlak van het lichamelijke en het geestelijke. Dat maakt het zo boeiend. Alles wat je ziet, komt binnen via de receptoren op het netvlies van je oog en daarna volgt er een elektrische activiteit in de hersenen. Maar wat je ziet, de verwerkte prikkel, is volledig subjectief. De wetenschap worstelt nog altijd met de mysterieuze overgang tussen die 2 werelden.”

Moeten we dat vraagstuk oplossen via een interdisciplinaire aanpak?

“Zo'n aanpak is essentieel om het onderzoek rond waarneming naar een hoger niveau te brengen. Sinds het begin van mijn academische carrière werk ik samen met disciplines als filosofie, wiskunde, natuurkunde, biologie, neuro- en cultuurwetenschappen. Vanuit de psychologie kan je de deelprocessen van het menselijk functioneren onderzoeken (bv. geheugen, emoties en motorische handelingen), maar je moet ook over het muurtje durven kijken. Zo combineren we vaak experimentele psychologie met neurowetenschappelijke methodes om te kijken hoe ons gedrag samenhangt met de werking van onze hersenen. Interdisciplinaire samenwerking is essentieel om grote vooruitgang te boeken en aan grensverleggend onderzoek te doen.”

Binnen uw onderzoek naar zintuigelijke waarneming legt u de nadruk op perceptuele organisatie.

“Onbewust groeperen we tijdens onze waarneming losse fragmenten tot een groter geheel. Dat heet perceptueel organiseren. We herkennen regelmaat namelijk veel beter; het laat ons toe om sneller en efficiënter betekenis aan onze waarneming te koppelen. Zonder dat mechanisme zouden we trouwens overstelpt raken door te veel informatie.”

“Begin twintigste eeuw was er de Gestalt-theorie: het idee dat het geheel meer en anders is dan de som van de delen. We nemen de wereld waar in gehelen en patronen. Die theorie was een stille dood gestorven. Nu hebben we nieuwe, moderne onderzoekstechnieken die ons toelaten om die processen van perceptuele organisatie beter te onderzoeken, ook op hersenniveau. We re-integreren de Gestaltpsychologie in ons onderzoek rond visuele waarneming.”

De rol van symmetrie

“Zo hebben we bijvoorbeeld de rol van symmetrie in perceptuele groepering geïdentificeerd. Symmetrie vind je overal, zowel in de natuur als in onze culturen, over alle tijden heen. Kijk maar naar de spiegelsymmetrie van het menselijk lichaam of decoratieve patronen in behangpapier. Symmetrie spreekt ons brein aan. We doen uitvoerig onderzoek naar hoe goed en hoe snel we symmetrie kunnen detecteren. Zo tonen we bijvoorbeeld gedurende een fractie van een seconde een stippenpatroon. Dat doen we meermaals, waarbij we de posities van een aantal stippen mani­puleren of ze een beetje schuin zetten en doen afwijken van perfecte spiegelsymmetrie. De proefpersoon moet dan zeggen of het patroon symmetrisch was of niet.”

“Door los te komen van labostudies en manipulaties, kom ik op een heel andere manier tot inzichten over hoe waarneming werkt”

Perceptuele organisatie

“Een ander voorbeeld dat de automatische organisatie­processen van onze hersenen duidelijk maakt, is ons experiment met een pingpongballetje. Als je een half pingpongballetje bovenop je vinger legt en je kijkt er van bovenaf op, dan lijkt dat pingpongballetje volledig te zijn. Automatisch zie je dan dat je vinger korter is, doordat dat zogezegd volledige balletje meer plaats inneemt. We weten dat onze vinger niet kan krimpen, maar toch krijgen we die illusie. Dat toont hoe dwingend perceptuele organisatie kan zijn. Het is veel sterker dan onze kennis en ervaring.”

U beperkt zich niet tot het labo om experimenten op te zetten. U doet ook onderzoek in het dagelijkse leven?

“Ik werk momenteel samen met hedendaagse kunstenaars om te achterhalen hoe het publiek tijdens een tentoonstelling naar hun kunst kijkt en hoe ze die beoordeelt. Ik verlaat daarbij strikt genomen het pad van de experimentele psychologie, want ik laat de kunst voor zich spreken en gebruik geen manipulatie om variaties te maken. Door los te komen van labostudies en manipulaties, kom ik op een heel andere manier tot inzichten.”

“We registreren bijvoorbeeld de oogbewegingen van de toeschouwers via een brilletje dat automatisch detecteert waar ze naar kijken. Zo blijkt dat hun manier van kijken hun beoordeling van het kunstwerk beïnvloedt. Wie een kunstwerk vanuit verschillende invalshoeken bekijkt en meer de tijd neemt, zal meer verschillende organisaties zien en het werk meer appreciëren. Daarnaast merken we dat wie weinig ervaring heeft met kunst een grotere voorkeur heeft voor perfect symmetrische patronen. Kunstkenners verkiezen dan weer een afwijkende vorm van symmetrie; dat maakt het voor hen boeiender.”

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Welke relevantie heeft zo’n onderzoek voor de samenleving?

“Visuele waarneming is eigenlijk de kanarie in de mijn van ons brein en kan een belangrijke signaalfunctie hebben bij het detecteren van hersenproblemen. Een derde van onze hersenen is actief bij de verwerking van visuele prikkels. Als er in ons brein iets misgaat, bijvoorbeeld bij beginnende dementie, zullen we dat eerst merken in onze visuele waarneming en en pas daarna in onze cognitieve functies. We gebruiken die signaalfunctie echter nog te weinig als hulp­middel om een diagnose te stellen.”

“Of neem mijn onderzoek naar autisme. Mensen met autisme zien de wereld vaak anders, met meer oog voor detail, al gaat het algemene plaatje bij hen wel verloren. Hoe gebeurt de waarneming precies bij hen? Door dat in kaart te brengen, kan er een betere diagnose gesteld worden. Het kan zelfs leiden tot concrete hulpmiddelen, zoals computerspelletjes die specifieke vaardigheden trainen.”

Uw onderzoeksgroep telt veel nationaliteiten. Is internationale samenwerking voor u vanzelfsprekend?

“In België zijn niet zo veel wetenschappers bezig met visuele waarneming. In die zin dus wel. Ik zit in internationale verenigingen, woon internationale congressen bij, zetel in de redactieraad van internationale tijdschriften, enz. In België zelf werk ik samen met collega’s van de universiteit van Louvain-la-Neuve binnen het programma Excellence of Science van FWO en de Franstalige tegenhanger FNRS.”

“Binnen mijn onderzoeksgroep breng ik de juiste expertise rond visuele waarneming bijeen. Het is verrijkend om verschillende manieren van werken samen te brengen in een team.”

Hoe voelt het om deze Excellentieprijs te winnen?

“Het was van 1975 geleden, met Jozef Nuttin, dat in Vlaanderen nog eens een psycholoog de prijs krijgt. Dat toont aan hoe moeilijk het is om te winnen. Binnen de categorie taal-, cultuur- en maatschappijwetenschappen vallen immers zoveel disciplines en zijn er heel veel goede wetenschappers actief. Deze prijs is dus niet alleen een erkenning van het werk binnen onze onderzoeksgroep, maar ook van de discipline an sich. Je krijgt niet zo vaak de kans om met dit soort onderzoek onder de aandacht te komen.”

“Tegelijk is het geen bekroning van een eenmalige doorbraak, maar een erkenning van de vele jaren waarin ik gestaag aan de weg heb getimmerd. Ik heb een stevige reputatie opgebouwd voor mijn onderzoek naar perceptuele organisatie, autisme en kunst. Ik heb nooit willen kiezen tussen die 3 domeinen en deze prijs toont aan dat dat niet hoeft.”