Terugblik

Al 60 jaar bekroning van excellentie

Het legaat van dr. Alphonse De Leeuw

24 augustus 1953: dr. Alphonse De Leeuw, conservator van de klinische verzamelingen van de Faculteit Geneeskunde en Farmacie van de Université Libre de Bruxelles, overlijdt. De Raad van Bestuur van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (NFWO) aanvaardt zijn legaat ter waarde van 4 miljoen BEF. Zijn testament vermeldt dat het moet worden gebruikt voor de creatie van een vijfjaarlijkse prijs ter waarde van 750.000 BEF. Die prijs moet, naast zijn naam, ook de namen dragen van zijn echtgenote Marie Damry en haar voormalige echtgenoot Léon Charles Bourlart, de neef van dr. De Leeuw.

De prijs werd voor het eerst uitgereikt in 1960. De laureaat werd gekozen uit een lijst van laureaten van vijf- en tienjaarlijkse wetenschappelijke staatsprijzen en laureaten van de Francqui-Prijs.

3 jury’s met in totaal tien prominente wetenschappers uit de natuur- en medische wetenschappen, wiskunde, fysica, scheikunde en menswetenschappen selecteerden de kandidaten. Elke jury droeg één kandidaat voor. Uit die shortlist koos de raad van bestuur de eindlaureaat.

Zo ging de eerste Dr. A. De Leeuw-Damry-Bourlart-prijs naar prof. Albert Dalcq, vast secretaris van de Académie Royale de Médecine de Belgique. Op vrijdag 27 mei 1960 nam hij de prijs in ontvangst.

Van 1 naar 3 prijzen

Voor de uitreiking van de tweede Dr. A. De Leeuw-Damry-Bourlart-prijs werd een oproep gelanceerd om prominente onderzoekers voor te dragen, door collega-onderzoekers deze keer. Die procedure is tot vandaag in zwang.

Niet minder dan dertien kandi­daturen werden ingediend, zowel uit de menswetenschappen als de exacte en natuur­weten­schappen. Opnieuw moest de raad van bestuur 1 laureaat uitkiezen. Een bijzonder moeilijke opdracht. Daarom riep ze de hulp in van de Francqui-Stichting, dat al elk jaar sinds 1933 de Francqui-Prijs uitreikte en veel expertise had opgebouwd. De Francqui-Stichting stelde voor om 2 extra prijzen te creëren.

Zo zouden 3 categorieën ontstaan:

  1. natuur- en geneeskundige wetenschappen
  2. wiskundige, fysische en scheikundige wetenschappen
  3. menswetenschappen

Om 3 prijzen te kunnen uitreiken, was er nood aan een extra geldsom van 1.500.000 BEF.

Op vraag van het NFWO besliste de raad van bestuur van de Francqui-Stichting om dat bedrag te investeren in de creatie van 2 nieuwe prijzen: de Weten­schappelijke Prijs Baron Holvoet en de Wetenschappelijke Prijs Ernest-John Solvay.

Met die schenking bracht de Francqui-Stichting meteen een hommage aan 2 gewezen voor­zitters van het NFWO, toon­aan­gevende figuren in het uitbouwen van de nodige financierings­kanalen voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in België. Voor de editie van 1970 schonk de Francqui-Stichting opnieuw 1.500.000 BEF. voor de Wetenschappelijke Prijzen Baron Holvoet en Ernest-John Solvay.

Mecenaat Joseph Maisin vervangt prijs Baron Holvoet

Op 6 juni 1971 overlijdt Joseph Maisin, professor aan de Université Catholique de Louvain, in een auto-ongeluk. Ter nagedachtenis van deze grote geleerde beslist de raad van bestuur van het NFWO om de Wetenschappelijke Prijs Joseph Maisin op te richten.

Op vraag van familie en vrienden van professor Maisin wordt de prijs uitgereikt aan wetenschappers in de natuurwetenschappen en de geneeskundige wetenschappen. De familie Maisin en het kankerinstituut van de UCLouvain nemen gezamenlijk het initiatief voor de oprichting van een Beschermcomité om de nodige fondsen in te zamelen. De Wetenschappelijke Prijs Joseph Maisin wordt, volgens de wens van de familie, door het Fonds voor Geneeskundig Wetenschappelijk Onderzoek verleend.

Verdere steun van de Francqui-Stichting was dankzij dit mecenaat niet meer nodig, en zo verviel de Wetenschappelijke Prijs Baron Holvoet. De Wetenschappelijke Prijs Ernest-John Solvay bleef door een schenking van de familie Solvay wel bestaan.

Prijzen nemen definitieve vorm aan

Voor de editie van 1975 worden de prijzen ontdubbeld: voor elke prijs komt er een Nederlandstalige en een Franstalige laureaat. Die ontdubbeling wordt ingegeven door het grote wetenschappelijke potentieel van België. Tegelijk worden zo enkele moeilijke communautaire problemen, die de uitreiking dreigen te overschaduwen, vermeden.

Op 23 juni 1975 keurde het toenmalige Belgische parlement de wetswijziging goed waardoor prijzen en subsidies, toegekend aan geleerden, van inkomsten­belasting kunnen worden vrijgesteld. Zo kregen de 5 jaarlijkse prijzen van het NFWO hun definitieve structuur.

Dit stelstel van 6 wetenschappelijke prijzen, 3 aan Nederlandstalige en 3 aan Franstalige onderzoekers, werd tot aan de eeuwwisseling behouden. Alleen het geldbedrag werd nog aangepast. In 1980 werd elke prijs verhoogd tot 1.250.000 BEF, in 1985 tot 2 miljoen BEF. In 1995 was dat bedrag al gestegen tot 3 miljoen.

In 1995 werd Christine Van Broeckhoven (Universiteit Antwerpen) de eerste vrouwelijke laureaat van een vijfjaarlijke NFWO-prijs.

Stijgende reputatie

De bekendheid van de vijfjaarlijkse NFWO-prijzen groeit en er worden steeds meer kandidaten voor­gedragen. Voor de editie van 2000 niet minder dan 33. Door het grote aantal kandidaturen wordt op de vergadering van het Federale Bureau en de Federale Raad van 5 december 1999 beslist om de Wetenschappelijke Prijs Dr. A. De Leeuw-Damry-Bourlart en de Wetenschappelijke Prijs Joseph Maisin te splitsen. Zo ontstaan 2 keer 5 prijzen van elk 3 miljoen BEF.

In 2005 bedraagt elke prijs 100.000 euro. De prijzen worden tijdens een academische zitting in het Paleis der Academiën door Koning Albert II plechtig overhandigd. In 2010, vijftig jaar na de eerste uitreiking, worden de wetenschappelijke prijzen omgedoopt tot de FWO-Excellentieprijzen.