Littekens vergelijken bij huidtransplantaties

Prof. Stan Monstrey

Professor Stan Monstrey was tot recent diensthoofd van het Brandwondencentrum en kliniekhoofd op de dienst Plastische heelkunde van het UZ Gent. Vandaag is hij nog parttime verbonden met het BWC van het UZ Gent als resident en wetenschappelijk medewerker.

Jaarlijks voeren plastisch chirurgen in België en Nederland meer dan 15.000 huidtransplantaties uit. Van levensbelang, want alleen chirurgie kan slachtoffers van diepe brandwonden helpen. Maar de impact van zo’n ongeval blijft groot, waarbij patiënten moeten leren leven met littekens. Om die littekens zo mooi mogelijk te krijgen, onderzoeken wetenschappers nu welke techniek van huidexpansie het beste resultaat geeft.

Een geslaagde huidtransplantatie is voor brandwondenslachtoffers een belangrijke stap naar herstel. Dat ervaart plastisch chirurg Stan Monstrey, verbonden aan het Brandwondencentrum van het UZ Gent, elke dag. “De laatste jaren zien we toch een duidelijke shift: van ‘overleven na brandwonden’ naar ‘de kwaliteit van overleven na brandwonden’. Daarbij is er ook steeds meer aandacht voor de kwaliteit van de littekens, wat heel begrijpelijk is.”

Maar allereerst, wanneer is zo’n huidtransplantatie precies nodig? Professor Monstrey: “Een huidtransplantatie is de klassieke behandeling voor elke diepe brandwonde. Je hoort vaak spreken over brandwonden van de eerste, tweede, derde of zelfs vierde graad."

"Maar eigenlijk kan je brandwonden in twee soorten opdelen. Je hebt de oppervlakkige wonden die uit zichzelf kunnen genezen, omdat er in de huid nog huidcellen aanwezig zijn. Daarnaast heb je de diepe brandwonden waarbij alle lagen van de huid zijn vernietigd. Dat kan gaan van kleine tot grote brandwonden, maar sowieso heb je dan een huidtransplantatie nodig. Alleen chirurgie kan helpen bij diepe brandwonden.”

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Alleen chirurgie kan slachtoffers van diepe brandwonden helpen.

Mazen van het net

Bij een huidtransplantatie wordt een dun laagje oppervlaktehuid van een intacte zone afgenomen – de huident – om vervolgens aan te brengen op de wonde waar de huid helemaal weg is en er dus geen huidcellen meer zijn. In de praktijk stelt zich echter vaak een probleem: er is huid te kort om alle wonden te bedekken. “In dat geval moeten we de huid expanderen. Er bestaan twee technieken om de huident twee tot zelfs zes keer zo groot te maken: de micrograft (of Meek) en de meshgraft. En precies daar situeert zich ons onderzoek. We bekijken welke van de twee methodes voor huidexpansie het beste esthetische resultaat geeft.”

Meshgraft

Bij de techniek van de meshgraft wordt via diverse incisies een soort net gemaakt waarbij dunnere reepjes huid nog met elkaar verbonden zijn. Vanuit de lijnen van dat net kunnen de huidcellen dan naar elkaar toe groeien om de mazen te bedekken. Wel is de wondgenezing nooit zo goed als bij een intacte huident, een zogenaamde ‘full sheet’.

Micrograft (of Meek)

De tweede techniek voor huidexpansie is de micrograft of Meek. Daarbij wordt de huident in kleine vierkantjes verdeeld en op een gevouwen doekje gekleefd. Dit gaasverband wordt in beide richtingen uitgetrokken zodat alle vierkante stukjes huid op gelijke afstand van elkaar komen te liggen. Op die manier ontstaan er eilandjes die onderling naar elkaar kunnen groeien.

Meshgraft versus Meek

Professor Monstrey: “Beide technieken hebben hun voor- en nadelen. Bij de meshgraft is de expansiefactor eerder theoretisch: bijvoorbeeld bij een expansie van 1 op 3 zou het net eigenlijk dus drie keer zo groot moeten zijn als de oorspronkelijke huident. Maar in realiteit gaat het eerder om een expansie van 1 op 2 tot 2,5. Bij de Meek daarentegen is een expansie van 1 op 3 ook effectief 1 op 3 en kan je dus steeds drie keer zo veel brandwonden bedekken met je huident. Alleen is deze techniek gecompliceerder om uit te voeren, ze neemt ook meer tijd in beslag en vraagt speciale en duurdere apparatuur. Bij 80% van de brandwonden wordt daarom de simpelere procedure van de meshgraft gebruikt. Enkel bij zeer zware verbrandingen – als je veel huid te kort hebt en je dus echt moet kunnen rekenen op die expansie, soms zelfs 1 op 9 – gebruiken we de micrografttechniek.”

Hoe minder de huid moet worden vergroot, hoe mooier het resultaat. “Soms heb je geen keuze natuurlijk. Bij te weinig donorhuid ben je aangewezen op de Meektechniek. Maar wat hebben we nu vastgesteld? De Meek is niet alleen efficiënter wat betreft het gebruik van de donorhuid, deze methode geeft ook een egalere verdeling van de geëxpandeerde huid en dus een beter esthetisch resultaat. We vermoeden veel mooiere littekens als we bij patiënten die we normaal met de meshgraft zouden behandelen nu ook de Meektechniek zouden toepassen. Uiteraard vraagt deze procedure meer werk en is ze duurder, maar het loont zeker de moeite om beide expansiemethodes grondig met elkaar te vergelijken. Eigenlijk is het frappant dat dit nog nooit eerder onderzocht werd, zeker als je de impact bekijkt voor patiënten die een huidtransplantatie moeten ondergaan.”

In het UZ Gent zullen de technieken bij 75 patiënten vergeleken worden: een bepaalde zone wordt met de Meek behandeld, een andere met de meshgraft. “Het zijn uiteraard twee established technieken, daar moeten de patiënten zich geen zorgen over maken. Dankzij hun deelname zullen ze andere brandwondenslachtoffers kunnen helpen om een zo mooi mogelijk litteken te krijgen. Speciaal voor dit onderzoek zullen we ook de Meektechniek gebruiken bij een huidexpansie van slechts 1 op 2, ongebruikelijk want vandaag gebeurt dat standaard met de meshgraft. Het onderzoek loopt ook gelijktijdig in een Nederlands brandwondencentrum, het Red Cross Hospital van Beverwijk, wat de studie nog meer omvang geeft. Met jaarlijks meer dan 15.000 huidtransplantatieprocedures in beide landen heeft dit onderzoek voor een zeer aanzienlijk aantal patiënten een meerwaarde.”