Koen Lamberts

President & Vice-Chancellor, University of Sheffield

“Wie in België is opgeleid, kan zich meten met studenten van over de hele wereld”

Zijn toponderzoekers ook bekwame bestuurders voor een universiteit? In de figuur van Koen Lamberts komen beide competenties naadloos samen. Van experimenteel psycholoog tot rector, van Leuven naar Chicago en het Verenigd Koninkrijk: met nuchtere flair en veel optimisme loodst Lamberts de universiteit van Sheffield door woelige tijden.

Digitaal is het nieuwe normaal. Het credo van coronajaar 2020 speelt ook nog in 2021, wanneer we Koen Lamberts via videocall aan de lijn krijgen. Thuis is voor Lamberts Sheffield, waar hij sinds het najaar van 2018 de prestigieuze functie van ‘President & Vice-Chancellor’ bekleedt, vergelijkbaar met de rol van rector aan een Belgische universiteit. Sheffield, dat een denkbeeldige driehoek vormt met Leeds en Manchester, heeft zijn imago van grauwe industriestad van zich afgeworpen en profileert zich mede dankzij zijn hoog aangeschreven universiteit als een bruisende, innovatieve stad.

Anders dan in eigen land, waar een buitenlandse rector een curiosum zou zijn, is Lamberts het schoolvoorbeeld van een Britse rector-nieuwe-stijl: hij woont niet op de campus, heeft een contract van onbepaalde duur en wordt vooral als CEO beschouwd.

“Een buitenlandse rector, hier kijkt men daar al lang niet meer van op. Mijn functie is academisch en zakelijk, en ik ben benoemd op basis van een open en competitieve procedure: als de benoemingscommissie jouw profiel het meest geschikt vindt, maakt het niet uit of je Brits dan wel buitenlander bent. Bovendien woon ik al langer in Groot- Brittannië dan ik in België gewoond heb en heb ik de dubbele nationaliteit. De Britten beschouwen me intussen wel als een van hen.”

Het jaar 2020 zal vooral dankzij COVID-19 de geschiedenisboeken ingaan. Hoe heeft de universiteit van Sheffield de coronastorm doorstaan?

“Ik moet daar eerlijk over zijn: de impact is groot. Als Britse universiteit genieten we weinig rechtstreekse overheidssteun en is ons fondsenmodel grotendeels afhankelijk van de inschrijvingsgelden. Vallen die inkomsten weg, dan stort ons model in. Het was dan ook een groot risico dat heel wat studenten in het voorjaar van 2020 niet naar Sheffield konden komen. Al heeft die situatie uiteindelijk voor minder averij gezorgd dan we vreesden.

We hebben gedaan wat we konden om onze studenten en professoren naar Sheffield te halen en tegelijk afstandsonderwijs aan te bieden. Op dit moment (midden februari 2021, red.) is de campus van onze universiteit geen rode zone meer. Onderzoekslabo’s en bibliotheken zijn, mét de nodige maatregelen, allemaal weer open. Ons digitale onderwijsaanbod staat stilaan op punt. Maar uiteraard snakken we naar het moment dat we later dit voorjaar opnieuw kunnen beginnen versoepelen.”

"Mijn functie is academisch en zakelijk en ik ben benoemd op basis van een open en competitieve procedure"

Was u als jonge onderzoeker al aangetrokken tot de Britse academische wereld?

“Niet meteen. Als experimenteel psycholoog aan de KU Leuven wilde ik eind jaren tachtig vooral graag naar de Verenigde Staten, om daar mijn doctoraatsonderzoek uit te voeren. De grote onderzoeksgroepen en budgetten maakten dat Amerikaanse universiteiten op dat moment in een hogere klasse speelden. Alleen bleek het toen heel moeilijk om je kandidatuur in de VS kracht bij te zetten. Zij struikelden over onvertaalbare begrippen als kandidaturen en licenties, er waren weinig contacten met de beste Amerikaanse universiteiten en men vroeg je ook telkens een entrance exam af te leggen.

Als ik had gekund, was ik toen al vertrokken, maar ik maakte een andere keuze: met de steun van het toenmalige NFWO heb ik aan de KU Leuven mijn doctoraat gemaakt. Dat heeft mijn expertise én vertrouwen een enorme boost gegeven. In 1991 vertrok ik alsnog naar Chicago met een onderzoeksaanstelling op zak.”

Waar was uw onderzoek op gericht?

“Ik heb me via experimentele en mathematische psychologie in heel wat onderwerpen kunnen verdiepen. Ik heb bijvoorbeeld wiskundige modellen gemaakt over hoe mensen objecten herkennen en classificeren. Als jij een stoel ziet, weet je meteen dat het een stoel is en benoem je die ook als een stoel, maar tussen perceptie en herkenning zit een heel complex proces, dat een paar honderd milliseconden duurt en nog altijd niet helemaal doorgrond is. Ik bestudeerde die fracties van seconden, de korte momenten die volgen op de waarneming van een voorwerp.

Daarnaast heb ik onderzoek verricht naar ons geheugen en de relatie tussen waarneming en geheugen, heb ik consultancywerk verricht rond modellering en analyse van complexe datasets, en was ik actief in een onderzoeksgroep over cybersecurity en cognitieve systemen.”

Hoe groot is de factor geluk in uw carrière?

“Groot, erg groot. Tegelijk dwing je geluk ook zelf af. Ik verhuisde in 1991 naar Chicago met ambities op lange termijn, maar zou het volgende jaar nog de overstap maken naar Groot-Brittannië. Dat liep zo: op een dag ontving ik een handgeschreven briefje van Glyn Humphreys, professor neuropsychologie in Birmingham, die ik een tijd daarvoor op een seminarie in Leuven heel even gesproken had. Blijkbaar had die ontmoeting indruk gemaakt. Hij schreef me dat er in Birmingham een vacature openstond, waar ik zeker voor moest solliciteren.

Het world wide web bestond al, maar informatie over jobs was moeilijk te vinden. Ik wist zelfs niet voor welke job ik precies solliciteerde, maar ik ben wel naar Birmingham vertrokken, om er uiteindelijk bijna acht jaar te blijven.”

“Die jaren in Birmingham waren uniek en onvergetelijk. Slechts één jaar na mijn doctoraat kreeg ik een vaste, fulltime academische benoeming als docent: dat gebeurt vandaag niet meer. Ik verrichtte onderzoek in een heel grote onderzoeksgroep, die onder Glyn Humphreys’ leiding op vijf jaar tijd uitgroeide tot een van de beste departementen van Europa. (Met ook persoonlijk resultaat: in 1996 ontving Lamberts de Cognitive Award van de British Psychological Society, in 1997 de Experimental Psychology Society Prize, red.)

Daar ligt dus een deel van mijn geluk. Als het briefje van professor Humphreys in 1992 verloren was gegaan in de post, dan was ik mogelijk voorgoed in de States gebleven of stond ik opnieuw in België of elders, wie weet?”

“Aan jonge onderzoekers zou ik meegeven om vooral niet te voorzichtig te zijn. Neem risico’s, wees niet conservatief en onderschat niet hoe goed je opgeleid bent in Vlaanderen”

Heb je de mindset van een gelukszoeker nodig om je academische carrière in het buitenland te lanceren, zoals u gedaan heeft?

“Dat was in mijn geval bijkomstig. Een basisvoorwaarde om het te maken is een competitieve instelling: de beste willen zijn in wat je doet. Om dat te worden, wilde ik met de beste mensen uit mijn onderzoeksdomein samenwerken. Die vond je in de VS en Groot-Brittannië: voor mij was het dan ook een uitgemaakte zaak dat ik mijn geluk daar zou gaan zoeken. Aan jonge onderzoekers zou ik meegeven om vooral niet te voorzichtig te zijn. Neem risico’s, wees niet conservatief en onderschat niet hoe goed je opgeleid bent in Vlaanderen. Omarm dat besef om in competitie te gaan met mensen van over de hele wereld.”

U werd in 2014 rector aan de universiteit van York, nadat u een aantal jaren vicerector was geweest aan de universiteit van Warwick. In 2018 werd u het hoofd van de universiteit van Sheffield. Welke accenten legt u als bestuurder?

“Mijn voornaamste bekommernis is deze universiteit op de best mogelijke manier te runnen. We staan in de top honderd van beste universiteiten ter wereld en hebben enkele domeinen waarin we werkelijk wereldklasse zijn.

Zo hebben we de grootste ingenieursafdeling, met het grootste budget, van het hele Verenigd Koninkrijk. Ook hechten we veel belang aan het internationale karakter van ons instituut en de instroom van buitenlandse studenten, goed voor 30 procent van onze studentengemeenschap. Die sterktes in onderwijs en onderzoek wil ik samen met mijn ploeg de komende jaren zo mogelijk nog versterken.”

U benadrukt het internationale karakter van Sheffield. Hoe kijkt u tegen de brexit aan? Snijdt die ook voor uw universiteit banden door met Europa?

“Het is nog te vroeg om de impact van de brexit ten volle in te schatten, zeker te midden van de COVID-19- pandemie. Wat mij hoopvol stemt, is dat we als universiteit verbonden blijven met Europese universiteiten via Horizon Europe, het onderzoeks- en innovatienetwerk van de Europese Commissie. Op die manier komt de wederzijdse mobiliteit van onderzoekers in principe niet in het gedrang. Wat onze studenten betreft: daar is het koffiedik kijken. Het verlies van het Erasmusprogramma is in ieder geval significant. Groot-Brittannië lanceerde als eigen alternatief het Turing Scheme, maar dat zal alleen nog uitgaande Britse studenten financieren.

In voorgaande jaren telden we in Sheffield veel studenten vanuit Europa, die hetzelfde toegangsgeld betaalden als Britse studenten en daar ook een studielening van de Britse overheid voor konden krijgen. Zij zullen nu onherroepelijk het hogere inschrijvingsgeld voor internationale studenten moeten betalen en niet langer kunnen lenen. Binnenkort maken we dat proces voor de eerste keer door: we zullen dan moeten evalueren wat de effecten zijn.”

“We bereiden ons in elk geval voor op de toekomst post-brexit. Onze contacten met Europese universiteiten zijn zelfs intenser dan ooit, omdat we onze plaats in het Europese onderzoekslandschap niet willen verliezen. We bekijken of we andere universiteiten in Europa kunnen overtuigen om onze studenten via afzonderlijke overeenkomsten toe te laten voor een uitwisseling. Voor de mobiliteit van onze studenten en onderzoekers gaan we door het vuur: als we dat aspect verliezen, verliezen we iets heel waardevols.

Bovendien hebben het Verenigd Koninkrijk en Europa elkaar ook op geostrategisch vlak nodig. We hebben een reputatie op het vlak van onderzoek, maar zijn verdeeld niet groot en sterk genoeg om op te boksen tegen de budgetten van grote bolwerken als China of de VS. Als dat besef aan weerszijden primeert, ben ik hoopvol dat we in de praktijk weinig gevolgen van de brexit zullen zien.”