Marc De Vos

Decaan Faculty of Law, Macquarie University in Sydney

Weinig academische denkers zijn zo bezorgd om de democratische dialoog als Marc De Vos: professor sociaal recht, decaan, auteur, columnist, twitterkanon en globetrotter. We spreken hem in ‘kanteltijden’, waarin populistisch-rechts en corona onze gedeelde waarden dreigen uit te hollen. “Vanuit Australië kijk ik nog scherper naar de Belgische situatie. Mijn bekommernis groeit.”

“Laat academici bijdragen aan het beleid”

Per toeval is Marc De Vos enkele weken in België, waardoor we hem eenvoudig digitaal kunnen treffen. Tijdens zijn reguliere kantooruren was dat lastiger geweest. De Vos is sinds oktober 2018 decaan van de rechtenfaculteit aan de Macquarie University in Sydney. Zo toevallig is zijn passage in België eigenlijk niet: ondanks zijn drukbezette agenda in Australië keert hij geregeld terug naar zijn thuisland om lezingen te geven, conferenties bij te wonen en aan het publieke debat deel te nemen.

De Vos is een autoriteit in de sociale kant van de rechten, met de arbeidsmarkt, welvaartsstaat, pensioenen en sociale zekerheid als stokpaardjes. In een gesprek over zijn loopbaan en ambities komen die thema’s dan ook automatisch bovendrijven.

Meneer De Vos, het FWO zwaait u veel lof toe. Heeft u ook veel aan het FWO te danken?

“Dat mag duidelijk zijn: ik heb mijn loopbaan aan hen te danken. Ik ben aan het begin van de jaren negentig afgestudeerd, in het midden van een economische crisis. Voor wie een academische carrière ambieerde, zoals ik, waren er weinig plaatsen aan de universiteiten. Zoals zoveel studenten in een crisis - dat zie je ook nu - heb ik verder gestudeerd. Tegelijk ben ik aan de balie beginnen werken. Het lukte me om een FWO aspirantbeurs binnen te halen. En zo ging de bal aan het rollen.”

“Ik ben vervolgens postdoc geworden dankzij de steun van het FWO. In die jaren kon ik me haast volledig toeleggen op mijn onderzoek, een ongelooflijke luxe.

Op dat moment verzamel je de bagage en de expertise die je tijdens je verdere carrière kan uitspelen. Bovendien kon ik een jaar in Harvard terecht, nadat ik de Frank Boas-beurs in de wacht sleepte (via de ngo Fulbright, die beurzen uitreikt aan studenten in België en Luxemburg, red.), een beurs die maar één keer per jaar over alle wetenschapsdisciplines heen wordt uitgereikt. Dat gebeurde aan het eind van mijn doctoraat, waardoor ik op een tweesprong kwam te staan: ik kon de advocatuur in, ik kon in de VS blijven, maar had ook mijn zinnen gezet op een loopbaan als onderzoeker. Ik heb uiteindelijk nooit gekozen.”

“Met Itinera willen we actief rond beleid werken, zonder met politiek of belangen bezig te zijn”

In 2006 stond u mee aan de wieg van de nationale denktank Itinera. Welke ambities lagen aan de basis van die beweging?

“Tijdens mijn verblijf in de VS kreeg ik een eerste vonkje. Daar waren sociaal-politieke denktanks, gevoed door de academische wereld, toen al vele jaren realiteit. Vijftien jaar geleden telde ons land eigenlijk geen denktank die naam waardig. Tegelijk bemerkte ik bij mezelf en bij veel van mijn academische collega’s een aantal hardnekkige frustraties. De voornaamste is je geringe impact op de samenleving. Binnen het huidige academische landschap is er een toenemende dictatuur van publicaties in een gesloten circuit van gerangschikte tijdschriften, waarbinnen een handvol academici controle uitoefent en die vooral door dezelfde academici worden gelezen. Projectonderzoek is dan weer op bestelling en wordt sterk door de opdrachtgevers bepaald.

Haal academici uit de vicieuze cirkel van publicaties, rankings, peerreviews en opdrachtonderzoek. Laat ons bijdragen aan het beleid. Daarin speelt ook een verantwoordelijkheidsgevoel, dat ik zelf sterk heb. Een plichtsbesef om iets terug te geven in ruil voor alle kansen en fondsen die wij als wetenschappers krijgen.”

“Daarom hebben we Itinera opgericht, om het beleid op lange termijn nuttige inzichten te kunnen aanreiken. We willen actief rond beleid werken, zonder met politiek of belangen bezig te zijn. Het speelt ook mee dat een land als België er moeilijk in slaagt om strategische beslissingen te nemen. De vergrijzing, de pensioenen, fiscaliteit, het energievraagstuk: de uitstellijst is heel lang. In een land dat niet goed presteert, is er veel marge voor politici om te profiteren van academische expertise.”

In 2014 deed u een stap opzij als directeur van Itinera, maar u bleef wel betrokken als visiting fellow. Heeft u het gevoel dat Itinera het beleid effectief voedt?

“Als je boven het partijpolitieke gewoel wilt staan, moet je dat ook waarmaken. Daarmee bedoel ik: niet lobbyen, niet aan belangenverdediging doen. Zo blijf je onafhankelijk, maar heb je ook geen directe, dagelijkse impact. Je reikt aan. Zo bekeken heeft een denktank als Itinera zijn beperkingen, maar als je de evolutie van de termen in het politieke debat of de politieke prioriteiten van de laatste vijftien jaar bekijkt, dan zie je veel toegevoegde waarde van Itinera. Al is het onmogelijk om dat te meten. We reiken voorstellen en ideeën aan die iedereen kan gebruiken. We hebben daar geen intellectueel eigendomsrecht op.”

“Tijdens de coronacrisis valt op dat er voor wetenschappers opnieuw veel ruimte ontstaat om hun inzichten in het beleid te injecteren: kijk naar de rol van virologen, bacteriologen en andere medische experts.

Er is ook echt behoefte aan die input en feedback van wetenschappers. Ik zeg dit niet met leedvermaak, maar de Belgische politieke partijen zijn organisaties op lemen voeten. Ze zijn amper professioneel georganiseerd en laten hun studiediensten vooral focussen op het beleid van de dag en de eerstvolgende verkiezingen. Er wordt amper nagedacht op lange termijn. Op dat vlak is er behoefte aan de inbreng van denktanks als Itinera.”

“In deze tijden zijn bekommerde wetenschappers, zoals ik, het aan zichzelf verplicht om een rol op te nemen in het publieke debat”

In 2018 stak u de halve wereld over voor een benoeming als rechtendecaan aan de Macquarie University in Sydney. Kwam Australië toevallig op uw pad?

“Eerlijk gezegd: nee. Ik had Australië al langer op het oog. In de VS had ik voor het eerst geproefd van een multinationale, zeer diverse werkomgeving. Die microbe heeft mij niet meer losgelaten. De kruisbestuiving in zo’n milieu is goud waard. Wat dat betreft zit ik nergens beter dan in Australië. Het land profileert zich als dé onderwijshub voor hoger onderwijs in Zuidoost-Azië, waardoor er veel nationaliteiten samenkomen.”

“Bovendien bestaat hier de traditie om beleidsmakers en wetenschappers uit uiteenlopende disciplines samen te laten werken aan strategische politieke vraagstukken: denk aan de energietransitie, het migratiebeleid enz. Om een voorbeeld te geven: ik ben als decaan onder meer actief in een grote onderzoeksgroep rond energietransitie, waarin rechtswetenschappers gespecialiseerd in milieuwetgeving samenwerken met ingenieurs en economen die de mogelijkheden van waterstoftechnologie en -economie onderzoeken.

Die open blik op de wereld, die multidisciplinaire aanpak en dat ambitieniveau zijn ongezien in Vlaanderen en Europa. Op dat vlak ben ik in Australië wat thuisgekomen.”

Hoe spendeert u uw tijd als decaan? Heeft u nog een teen in het onderzoek?

“Laat me het verschil schetsen. In België ben je als decaan de primus inter pares, die verkozen wordt door zijn collega’s, uren vergadert in faculteitsraden en de belangen van zijn faculteit verdedigt. In Australië kiest men voor een bedrijfsmodel, waarbij je als decaan de CEO bent van jouw faculteit. Je krijgt een mandaat, stelt een strategie op, beheert en besteedt inkomsten, je boekt resultaten en je beslist. Die aanpak missen we in België. Op het vlak van managementcultuur en organisatiestrategie kunnen we nog heel wat leren van de Angelsaksische wereld.”

“Er wordt niet van mij verwacht dat ik nog les geef of aan onderzoek doe, maar ik kan dat niet laten. Ik geef nog een klein beetje les en deel mijn tijd zo in dat ik aan onderzoek kan doen. Functies en bezigheden combineren: daar haal ik arbeidsvreugde uit. Ik heb mijn leven lang met het ene been binnen en het andere buiten de universiteit gestaan. De zakelijke uitdagingen die ik in mijn academische carrière weinig vond, heb ik buiten de universiteit gezocht en gevonden.”

U publiceert nog regelmatig columns in Belgische kranten en staat bekend als een fervent opiniemaker. Kijkt u anders naar België nu u er niet meer werkt?

“Vanuit Australië kijk ik steeds scherper naar België, omdat ik niet langer midden in de publieke ruimte sta. Ik vind het mijn plicht om mijn mening te blijven geven en zeker niet weg te kijken van België en Europa omdat ik nu even aan het andere eind van de wereld zit.

Mijn bekommernis groeit, want het gaat niet goed. Hoe zorgen we ervoor dat de jongere generaties in een wereld opgroeien die steunt op de Europese waarden van vrijheid, respect voor elkaar en respect voor de mensenrechten en de democratie? Door toedoen van corona, de brexit en rechts-populistische figuren zoals Donald Trump is dat een steeds grotere uitdaging. Zal het nog evident zijn om naar Australië te trekken als decaan? Zullen jonge studenten met een studiebeurs nog altijd aan topuniversiteiten terechtkunnen? Hoelang krijgen Europeanen nog krediet voor hun opdrogende waarden?

In deze tijden zijn bekommerde wetenschappers, zoals ik, het aan zichzelf verplicht om een rol op te nemen in het publieke debat.”