Immuuntherapie tegen kanker

In de strijd tegen kanker is immuuntherapie een gloednieuwe en erg beloftevolle behandeling. Daarbij komt het afweersysteem van de patiënt zelf in actie om kankercellen op te sporen en uit te schakelen. Innovatief, want zo kan je gericht tumorcellen bestrijden zonder gezonde cellen te beschadigen. Alleen is het vandaag nog moeilijk te voorspellen bij welk type patiënten de behandeling zal aanslaan. Daarom onderzoeken wetenschappers hoe de respons op immuuntherapie kan verbeteren.

Naast chirurgie, radiotherapie en chemotherapie is immuuntherapie een nieuwe, bijkomende behandeling om kanker te bestrijden. Deze therapie vertrekt vanuit ons immuunsysteem, het systeem dat ons lichaam beschermt tegen indringers zoals virussen en bacteriën. Dit afweersysteem herkent ook kankercellen - doordat hun DNA gemuteerd is verschillen ze van gezonde cellen - maar klasseert ze soms als ongevaarlijk. Onderzoek moet ons helpen begrijpen waarom kankercellen soms ‘ontsnappen’ aan ons immuunsysteem, waardoor immuuntherapie geen oplossing kan bieden. “Want hoe beter het immuunsysteem reageert, hoe actiever de interactie tussen kankercellen en afweercellen, hoe beter de behandeling aanslaat en hoe groter de kans op genezing”, verduidelijkt Laurien Van Dyck, FWO-Aspirant fundamenteel onderzoek aan de VIB-KU Leuven. “Daarom richt ons onderzoeksproject zich op het beter begrijpen van de variatie in respons tussen verschillende soorten tumoren. Specifiek zoeken we waarom het immuunsysteem niet geïnteresseerd is om bepaalde tumoren aan te vallen.”

Speciale stukjes DNA

Immuuntherapie is nog een vrij jong onderzoeksgebied, al is de behandeling in ons land wel al goedgekeurd en wordt ze ook toegepast. “Immuuntherapie helpt zeer goed om kanker te bestrijden, alleen is het onduidelijk waarom sommige patiënten en sommige kankertypes minder of niet reageren op de behandeling. Daarom proberen we het mechanisme achter immunotherapiereacties te ontrafelen, zodat we de respons beter kunnen voorspellen en resistentie bestrijden.”

Een eerste ontdekking werd al gedaan: bepaalde DNA-deeltjes kunnen mogelijk een verschil maken. “We hebben vastgesteld dat in sommige kankercellen kleine stukjes niet-coderend DNA, die dus geen belangrijke genetische informatie bevatten, kunnen worden geactiveerd. Ze komen zo soms op een andere plaats in ons genoom te zitten, waarmee ook de DNA-code van de cel verandert, soms blijven ze op zichzelf ‘rondzweven’ in de cel of leiden ze tot abnormale proteïnen. Ons immuunsysteem gaat dergelijke kankercellen gemakkelijker herkennen en aanvallen, waardoor je een betere respons krijgt. Door de verschillende stukjes DNA te bestuderen, kunnen we kijken waardoor ze al dan niet kunnen worden geactiveerd en bij welke tumoren dat precies wel of niet gebeurt.”

This video has been disabled until you accept marketing cookies.Manage your preferences here or directly accept targeting cookies

Tumor: cold vs. hot

Niet elke tumor kan ons afweersysteem immers even goed ontwijken. Zo maken wetenschappers een onderscheid tussen ‘hot’ en ‘cold’ tumoren. Bij hot tumoren, zoals melanoma, kennen de tumorcellen veel mutaties, waardoor ons immuunsysteem de kankercellen goed kan herkennen en aanvallen. Maar bij cold tumoren, zoals hersentumoren, lijken de tumorcellen meer op gewone, gezonde cellen, waardoor immuuntherapie minder slaagkans heeft.


“Daarom proberen we ook te onderzoeken hoe we van een cold tumor een hot tumor kunnen maken. Hoe kunnen we tumoren manipuleren zodat het immuunsysteem meer geactiveerd wordt om zijn rol te spelen?”
Laurien Van Dyck is FWO-Aspirant fundamenteel onderzoek in het Laboratorium voor Translationele Genetica (VIB-KU Leuven) en projectcoördinator van een multidisciplinair project rond immuno-oncologie in het VIB-KU Leuven center for cancer biology.

Computers & muizen

Het onderzoek naar de respons op immuuntherapie is even complex als divers. “Ja, ik heb heel veel in het labo gestaan om celculturen te analyseren. Maar anderzijds heb ik ook proeven op muizen uitgevoerd, om te kijken hoe tumoren groeien in een volledig organisme. Die eerste muizentesten waren natuurlijk intensief, zeker voor zo’n grote dierenvriend en vegetariër als ik… Maar het went en ik kan natuurlijk het belang ervan zien binnen het grotere onderzoekskader.” Het onderzoeksproject omvat ook een uitgebreide analyse van patiëntendata. “We hebben heel wat gegevens doorgenomen van mensen die behandeld zijn met immuuntherapie. Binnen één onderzoek doorloop je zo heel wat aspecten - van cellen bestuderen tot data analyseren. In die zin schoof ons onderzoeksteam mee op met de evolutie die je vandaag ziet, van wetenschappelijk labowerk naar meer computeranalyse. Heel leerrijk én leuk om zelf die shift mee te maken en daar als organisatie in te groeien.”